Onconventioneel Adviescollectief voor mens- en organisatieontwikkeling

Parlan Van transformatie van de zorg tot transformatie van jezelf

Parlan Jeugdzorg Noord-Kennemerland is volop in ontwikkeling. Vanaf begin 2012 geven zij actief vorm aan de nieuwe rol ‘Jeugd & Gezinswerker’. Dit in reactie op de klantbehoefte aan één aanspreekpunt, één vaste hulpverlener en meer continuïteit van de dienstverlening binnen Jeugdzorg. Naast deze veranderende klantvraag decentraliseert de overheid haar zorgtaken en verantwoordelijkheden vanuit de provincie naar gemeenten.

Dit transitie en transformatietraject brengt nieuwe verantwoordelijkheden, rollen en opgaven mee in maatschappelijke ondersteuning en gaat gepaard met nieuwe wetgeving. Voor Parlan betekent het transformatieproces een omslag in het denken en handelen van haar jeugdzorgmedewerkers. Meer dan ooit zal deze groep professionals hun vakmanschap zelfstandig vormgeven en samenwerken over de grenzen van het eigen taakgebied en de organisatie. Daarmee zetten zij een betaalbare hoge kwaliteit van zorg neer voor de doelgroep.

Samen aan de slag

Om medewerkers mee te nemen in dit transitie- en transformatieproces en de betekenis ervan voor- en het effect hiervan op de Parlan-organisatie en individuele medewerkers, organiseerde regio Noord-Kennemerland werkconferenties voor al haar professionals. Het Ontwikkelaarsgilde werd gevraagd ondersteuning te bieden in het komen tot en uitvoeren van een effectief programma.

Vooraf werd in een Regio MT en klein kernteam gedefinieerd “op welke vraag een antwoord wordt gezocht” en “waar de bijeenkomst toe moet leiden”; welk bewustzijn en welke mogelijkheden moeten ontstaan. Er werd gekozen voor een aanpak volgens de waarderende en oplossingsgerichte methode. Daarbinnen werd van een aantal effectieve veranderkundige principes gebruik gemaakt: diversiteit, inspiratie, ontmoeting en dialoog.

Stap voor stap vooruit

Het programma werd gekaderd van macro, via meso, naar microniveau. Wat betekenen de maatschappelijke ontwikkelingen ‘transitie en transformatie van jeugdzorg’ voor de Parlan-organisatie en voor ons team? Welke transformatie moet ik zelf maken op gebied van kennis, vaardigheden, ervaring, visie en gedrag? 100 medewerkers, leidinggevenden en gedragswetenschappers uit de Regio Noord Kennemerland gingen in een gefaseerd programma aan de slag:

  1. Ontdekken: In een World Café werd geïnventariseerd wat er al is en wat in de transformatie behouden en bereikt mag worden. Alles wat goed gaat ontwikkelt mee. De groep werd verdeeld over 12 tafels en door een tafeldame door deze fase geleid.
  2. Dromen: Door middel van speeddaten veel mensen ontmoeten en leren kennen. Ideeën delen. Vragen waren gericht op kenmerken van de toekomst en de ideale organisatie. Uit de uitkomsten werden ‘de top 5 voor de transformatie’ gehaald.
  3. Ontwerpen: Hoe gaan we deze top 5 verwerken tot het bereiken van onze dromen? De bestaande teams gingen hier zelf mee aan de slag.
  4. Verwezenlijken: Wat is mijn bijdrage aan het verwerken van deze doelstellingen? Waar ga ik vanaf morgenochtend mee aan de slag?

Fundament voor de toekomst

Mensen beleefden de dag zowel inspirerend als confronterend; vooral de laatste fase was lastig voor deelnemers die minder gewend zijn vanuit eigen ondernemerschap ondersteuning te bieden. Er ontstonden vragen als: Hoe moet ik anders denken en doen? Wat pak ik als eerste aan? Er wordt een beroep gedaan op ondernemerschap en vakmanschap; hoe zoek ik verbinding buiten de organisatie rondom cliënten waar ik  verantwoordelijk voor ben?

De volgende fase is dat we aan de slag gaan met zelforganisatie om de professionals in hun kracht te zetten. Om in de toekomst volledig klaar te zijn voor de nieuwe wet en regelgeving rond de zorg.

Wil van den Brink, Regiomanager Parlan Noord-Kennemerland: “Deze conferenties hebben het gevoel van urgentie opgeleverd waarop ik had gehoopt; mensen zijn zich bewust dat zij de verandering zijn, een vák hebben, professional en dus ook verantwoordelijk zijn. Leiders begrijpen dat zij de ruimte moeten bieden en facilitator zijn om hen het vak te laten ontwikkelen en uit te voeren”.